header header header header

Bestuur

bestuursfoto

Bovenaan van links naar rechts: Björn Landzaat, Petra Berghuizen, Nico Groot en Jan Engels.
Onderaan van links naar rechts: Feligine Buena, Laura Berghuizen en Marlouk Berghuizen

Feligine Buena, 25 jaar, Voorzitter.

Ik ben geboren en opgegroeid in Bicol, een provincie op Luzon in de Filippijnen. In 2007 ben ik getrouwd met een Nederlandse man en in 2008 hebben wij een dochtertje gekregen. Ik kom uit een arm gezin met 7 kinderen en mijn vader verdiende zijn geld met werken op het land. Dit was niet genoeg om al mijn broertjes en zusjes naar school te laten gaan. Ook hadden we vaak te weinig geld voor voedsel en geneesmiddelen.

In 2003 ben ik door mijn man voor het eerst op Marinduque gekomen. De mensen daar zijn heel aardig en gastvrij, maar vooral ook arm. Daar ik nu niet meer arm ben, proberen wij elke keer mensen te helpen die het echt nodig hebben.

Wij hebben daar veel mensen leren kennen: zowel rijkere als arme mensen. Omdat ik zelf Filipina ben en wij ook een huis hebben op Marinduque, staan we dicht bij de plaatselijke bevolking, waardoor onze hulp op de goede plek terechtkomt. We proberen kinderen naar school te laten gaan, geven mensen microkrediet en gaan soms naar het ziekenhuis om van de meest arme mensen hun behandeling te betalen. Door onze contacten kunnen we ook op gemeentelijk niveau veel bereiken.

Wij willen deze mensen echt helpen. Zelfs kleine dingen voor ons kunnen voor hen al een groot verschil betekenen. Ik weet zeker dat ze er heel blij mee zijn.

Petra Berghuizen, 49 jaar, Secretaris.

Al een aantal jaren ga ik met mijn gezin op reis naar de Filippijnen. Dit land en haar gastvrije bevolking heeft een enorme indruk op ons gemaakt. De laatste jaren ben ik me steeds meer bewust van de uitzichtloosheid van het bestaan van deze mensen. Er is onderwijs, er is gezondheidszorg, er is voeding maar je moet er wel geld voor hebben. Geld heb je alleen als je werk hebt, en dat heeft men nu juist niet. Je ziet dan dat de meeste essentiële dingen van het leven voor een hele grote groep mensen onbereikbaar blijft.
De afgelopen jaren hebben we zelf op bescheiden wijze hulp geboden bij onderwijs en voeding. (zie onze projecten) Als je ziet hoe dankbaar iemand is met die hulp (in welke vorm dan ook) dan word ik vaak stil. Steeds meer kwam bij mij de vraag: kan dit niet anders, beter?” Ik ben ervan overtuigd dat het anders en beter kán. Doordat we een aardig netwerk van mensen hebben opgebouwd weten we welke structurele hulp er nodig is en hoe we dat het beste kunnen geven.
Tijdens mijn verblijven op de Filippijnen merk ik steeds meer dat het veelal vrouwen zijn die op bescheiden schaal initiatieven ontplooien om hun leven te verbeteren.
Bij hen lijkt de wens van vooruitgang meer te leven dan bij mannen. Ook op hogere posities zie je daar vaak meer vrouwen dan mannen. In gesprekken die ik met vrouwen voerde werd dit ook wel bevestigd. Ik denk dat het goed is als deze vrouwen gesteund en gestimuleerd worden. Door hun levensstandaard te verhogen krijgen zij en hun kinderen het beter.
Ik vind het belangrijk dat de mensen zich ook bewust worden van het feit dat je zelf je toekomst in eigen handen kunt nemen. Soms wordt je een kans geboden en als je die kans grijpt ben je in staat je leven te veranderen! Ik wil hen die kans graag geven!
Ik ben ervan overtuigd dat de lijnen kort moeten zijn en blíjven om ervoor te zorgen dat de hulp gelijk op de juiste plaats terechtkomt en ik ben ervan overtuigd dat we dat kunnen realiseren. In de loop van het jaar hopen wij ook op Marinduque de Stichting Hearts for the Philippines te kunnen oprichten, zodat de projecten goed gerealiseerd kunnen worden.
Aan mij, samen met de andere bestuursleden, de missie en uitdaging om ervoor te zorgen dat wij hier fondsen generen om deze projecten te kunnen financieren.
Alleen door zelfontplooiing zal de bevolking van dit prachtige land zich verder kunnen ontwikkelen en alleen dan kan de armoede en uitzichtloosheid worden verminderd. Zij hebben daar hulp bij nodig, en wij kunnen hen die hulp bieden.

Dat geloof ik met heel mijn hart.

Laura Berghuizen, 23 jaar, Penningmeester

In de zomer van 2000 ben ik voor het eerst naar de Filippijnen geweest. In het begin was alles onbekend en spannend. Toen we aankwamen was het donker, het regende pijpenstelen en ik voelde mij zeer ongemakkelijk. Nu, tien jaar later en acht bezoeken verder, voelt het, zodra ik het vliegtuig uitstap en de tropische warmte voel en de smog in Manila ruik, als thuiskomen.
In de loop der jaren hebben we zoveel aardige, lieve en geïnteresseerde mensen leren kennen. Als we door dorpjes op Marinduque rijden, komen de mensen uit hun huis om ons gedag te zeggen en kinderen hollen zwaaiend en lachend achter de auto aan. Vele huisjes hebben we al van binnen gezien, doordat allerlei mensen ons uitnodigen om hun huis te komen bekijken. Het is verbijsterend om te zien hoe die huisjes er van binnen soms uitzien. Het is klein, donker, maar altijd aan kant. Dat is natuurlijk ook niet verwonderlijk, want als je met zeven personen op zo’n klein oppervlak leeft, moet alles wel netjes zijn. Alle belangrijke cadeaus die ze van dierbaren hebben gekregen, zijn standaard vol trots uitgestald in een speciaal daarvoor bestemde kast. Vaak zit het folie nog om de cadeaus.
Ik heb niet alleen de lieve en aardige mensen gezien. Omdat ik Fiscaal recht en Notarieel recht studeer, ben ik natuurlijk ook geïnteresseerd in het Filippijnse rechtssysteem. Op Marinduque is een rechtbank en ik heb daar een uurtje de zittingen bijgewoond. Dit verliep heel anders dan in Nederland. In dit uur werden ongeveer zes zaken behandeld. Sommige zaken werden kort aangehaald en na minder dan vijf minuten werden ze weer voor een aantal maanden geschorst. Er zit dus geen schot in en de procedures duren al met al erg lang. Na de zittingen ben ik op bezoek geweest in de gevangenis. Toen ik aankwam, werden de gevangenen net gelucht en zo zat ik temidden van hen te praten met de hoofdbewaker. Na korte tijd gingen de gevangenen weer naar binnen. Ik vroeg of ik ook de gevangenis van binnen mocht zien. Dit vond men nogal raar, want niemand ging daar ooit naar binnen. Zelfs de pastoor die wekelijks komt, spreekt de gevangenen alleen op de luchtplaats. Toen ik binnenkwam en mijn ogen gewend waren aan het donker, schrok ik van wat ik zag. De gevangenen zaten met ongeveer vijftien man in een hok van 25 kubieke meter. Er waren twee van zulke hokken. Dit was de provinciale gevangenis, waar de mensen in voorarrest zitten, in afwachting van de uitspraak van de rechter. Zoals gezegd kan het zeer lang duren voordat er duidelijkheid is over hun lot. Sommige gevangenen zaten al twee of drie jaar in deze erbarmelijke omstandigheden te wachten tot in hun zaak recht was gesproken.
Toen ik aan verschillende gevangenen vroeg waarvan ze werden verdacht, werden dingen genoemd als diefstal en drugsdelicten, maar ook verschrikkelijke dingen zoals moord, verkrachting en verminking. Toen ik dat hoorde, deinsde ik wel wat terug.
Het meest aangrijpende vond ik een jongetje van twaalf jaar dat al een tijdje vastzat omdat hij verdacht werd van verkrachting van een meisje van zes jaar. Dit zou komen door alle gewelddadige en seksuele videoclips die ook op de Filippijnen te zien zijn op de televisie.
Hoewel de meeste van deze gevangenen natuurlijk iets fout hebben gedaan wat zeker niet goed te praten is, ben ik van mening dat een aantal van deze dingen misschien niet gebeurd zouden zijn als er niet zo verschrikkelijk veel armoede zou zijn. Mensen worden soms om een klein bedrag vermoord. Of mensen proberen hun (geld)zorgen te vergeten en gaan drinken, waarna ze in dronken toestand fouten begaan.
Ik hoop dat onze stichting kan bijdragen aan een structurele vermindering van de armoede, waardoor misschien ook meer slachtoffers worden voorkomen. Als de mensen het beter hebben en de kans krijgen om naar een betere toekomst voor zichzelf en hun familie toe te werken, kunnen zij misschien op langere termijn ook wat betekenen voor de ontwikkeling van het land. Ik wil de mensen die de potentie hebben om dit te realiseren, deze kans graag geven en stimuleren deze kans te grijpen, want zij verdienen het.

Jan Engels, 56 jaar.

Ik ben geboren en opgegroeid in Amsterdam. We hadden het thuis niet breed en ik weet uit die ervaring hoe het is om weinig geld te hebben. Inmiddels heb ik door hard werken een eigen bedrijf kunnen opbouwen. Een aantal malen per jaar verblijf ik op Marinduque en heb daar inmiddels zeer veel mensen leren kennen. Op de Filippijnen heerst er echt nog armoede en ik vind het vaak erg moeilijk om te zien hoe slecht de mensen het hebben.

Inmiddels ben ik met een Filipina, Feligine, getrouwd en hebben wij samen een dochter. Door haar kom ik ook veel in contact met de plaatselijke bevolking en proberen wij zo nu en dan hulp te bieden. Net als mijn Nederlandse vrienden hoop ik dat we meer structurele hulp kunnen bieden door via de stichting gelden in te zamelen. Ik hoop door mijn connecties in het zakenleven hier in Nederland en in het bijzonder door mijn connecties op de Filippijnen een bijdrage te kunnen leveren aan onze projecten.

Björn Landzaat, 33 jaar.

Ik ben werkzaam als gymleraar op een basisschool en fitnessinstructeur. Daarnaast studeer ik fysiotherapie. Een aantal jaar geleden ben ik voor het eerst in de Filippijnen geweest.

Wat me opviel waren de aardige en zeer behulpzame mensen die bereid zijn dat kleine beetje dat ze hebben met jou te delen. Als we tijdens een van onze autoritten weer vast komen te zitten in de modder, komen er vanuit alle hoeken mensen om je weer op weg te helpen. Als je in een dorpje komt mag je bij ieder willekeurig persoon op ‘visite’ komen en proberen ze je nog in de watten te leggen met gebakken banaan of andere lekkernijen die ze op dat moment voor handen hebben. Je voelt je al heel snel thuis in dit vriendelijke land.

Wat erg betreurenswaardig is, is dat de mensen zo druk zijn met vandaag dat ze geen tijd hebben om aan morgen te denken. Studeren is maar voor een enkeling weggelegd en zo gaat er heel veel kwaliteit verloren. Doordat ze niet aan de toekomst denken, ontwikkelen ze zich ook niet en dat vind ik triest om te zien. Als de mensen dan een keer wat te besteden hebben, dan hebben ze even rust totdat het geld weer op is. Op deze manier blijft het cirkeltje rond en kunnen ze deze zelf niet doorbreken. Ik hoop dat we door de projecten van onze stichting deze cirkel kunnen helpen doorbreken.

Marlouk Berghuizen, 22 jaar.

Ik ben 4e jaars geneeskundestudent in Groningen en dit jaar begonnen met mijn co-schappen. Toen ik 12 jaar was ging ik voor het eerst naar de Filippijnen. Ik had er nog nooit van gehoord, maar na een paar weken daar te hebben rondgetrokken, heb ik mijn hart verloren aan dit land en de mensen. Op Marinduque heb ik de afgelopen paar jaar zoveel leuke mensen leren kennen die ik inmiddels als familie beschouw. De afgelopen paar jaar is het zo dat ik niet kan wachten om naar Marinduque te gaan en het afscheid nemen valt me ook altijd heel zwaar. Niet alleen op Marinduque, maar ook in Manilla vind ik het geweldig om te zijn. De drukte van het leven en het verkeer en het aantal mensen dat daar woont en probeert te overleven vind ik zo fascinerend.

De Marinduqueños zijn ontzettend aardig en willen graag verschillende dingen aan ons laten zien. Zo ben ik afgelopen jaar aanwezig geweest bij een bevalling in een hutje, wat natuurlijk ontzettend primitief is, maar wat ik door mijn achtergrond heel interessant vind. Het verschil met Nederland is enorm.

Ik ben blij dat mijn ouders mij hebben meegenomen naar de Filippijnen en dat ik nu weet wat armoede is en ik ben blij dat ik deze mensen kan helpen op mijn manier. Ik wil niet zomaar geld geven, omdat ik niet zeker weet of het wel goed terechtkomt, dankzij onze stichting weet ik dat het wel bij de juiste mensen terechtkomt.

Nico Groot, 19 jaar.

Toen ik in 1999 voor het eerst in de Filippijnen kwam was ik nog erg jong. Het toeren door de jungle en het zwemmen in de zee vond ik uiteraard toen al geweldig. Maar zelfs op jonge leeftijd merkte ik ook al de warmte van de Filippijnse bevolking.

Na een aantal terugkomsten op Marinduque, is deze liefde voor de bevolking alleen maar gegroeid. Aangezien wij veel in contact zijn met de lokale bevolking zien wij hoe aardig, behulpzaam, gastvrij en liefdevol zij zijn. Veel van de vrienden die ik in die jaren heb gemaakt beschouw ik inmiddels als familie. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik mezelf niet een beetje Filippijns voel.

Naast de vriendelijke bevolking; zien we helaas ook erg veel armoede. Kinderen met kapotte T-shirts (die ook al gedragen zijn door hun 5 broertjes/zusjes.) Hele primitieve hutjes. Geen mogelijkheid voor onderwijs of heel beperkt (een goede studie volgen is uitgesloten voor de meesten.) En kinderen die er erg ondervoed uit zien. Dit zijn slechts enkele voorbeelden die je helaas heel vaak terugziet in de Filippijnen.

Nu zijn er natuurlijk al veel ontwikkelingsorganisaties en dat is uiteraard ook heel mooi. Desondanks heb ik zelf altijd mijn twijfels of alles wel goed wordt besteed. Omdat wij veel lokale contacten hebben, weet ik zeker dat binnen onze stichting al het hulp naar de mensen gaan die het echt nodig hebben! Door deze specifieke en directe hulp ben ik er van overtuigd dat de stichting een echte verbetering voor de mensen in de Filippijnen kan gaan maken!

Nog even een klein stukje over mij. In het dagelijks leven ben ik Interactieve Media student (Hogeschool van Amsterdam.) Hierbij maak ik eigenlijk vooral websites en deze expertise heb ik ook voor de stichting gebruikt. Mijn grootste taak binnen de stichting is dan ook de website beheren.

Lees verder over Vrijwilligers